Kijkje in de ‘keuken’ van de obstetrisch verpleegkundige

Elk jaar op 12 mei – de geboortedatum van ‘lady with the lamp’ Florence Nightingale – vieren verpleegkundigen en verzorgenden over de gehele wereld de Dag van de Verpleging. Wij spraken in dat kader met obstetrisch verpleegkundige Leonie. Zij is werkzaam op de afdeling Verloskunde van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis te Nijmegen.

Hoelang ben je al verpleegkundige?

Leonie: ‘Ik ben in 2004 afgestudeerd maar werk nu vier jaar op Verloskunde in het CWZ.’

Hoe ben je daar terechtgekomen?

Leonie: ‘Ik heb hiervoor o.a. op Oncologie gewerkt maar als klein meisje was het al mijn droom om iets met baby’s en/of kinderen te doen. En die droom is uitgekomen! Ook het ‘acuut’ moeten handelen in een divers en breed werkveld vind ik een uitdaging. Dat heb ik hier op Verloskunde helemaal gevonden.’

Hoe ziet een gemiddelde dag op de werkvloer er voor jou uit?

Leonie: ‘Poeh, dat is heel divers, maar dat is juist het mooie van dit vak. Ik heb natuurlijk niet alleen te maken met vrouwen die bevallen. Er komen ook vrouwen op consult met aan de zwangerschap gerelateerde klachten. Bijvoorbeeld aanstaande moeders met bloedverlies of weer anderen die geen ‘leven’ meer voelen. In het laatste geval maken we een CTG om de conditie van het ongeboren kind te controleren. Het is dus niet altijd ‘feest’ en dat vereist weer andere kwaliteiten met een menselijke maat. En er staat altijd veel op het spel. De lijntjes tussen ons en de verloskundigen en artsen zijn dan ook heel kort. Dat moet ook wel in dit vak.’

Je werkt samen met veel zorgverleners: eerstelijns en tweedelijns verloskundigen, arts-assistenten, gynaecologen, anesthesisten,  kinderartsen en zelfs een OK-team toch? Hoe kan het dat je met zoveel mensen samenwerkt?

Leonie: ‘Wij werken inderdaad met veel verschillende mensen samen. Bijvoorbeeld als een 1e lijns verloskundige komt voor een bevalling in het NEO (het geboortehuis van CWZ): als verpleegkundige van de afdeling gaan wij daar dan heen om ons voor te stellen en assistentie te verlenen. Als alles goed gaat mag mevrouw na de bevalling weer naar huis. Als het anders loopt als verwacht volgt er een overdracht aan de 2e lijns verloskundige/arts-assistent op de afdeling. Zij nemen de bevalling dan over maar als verpleegkundige blijf je assisteren tijdens de bevalling, sluit je het CTG aan, als het nodig is brengen we een infuus in, nemen we bloed af en doen we wat verder nog eventueel nodig is. Mocht in het ergste geval een keizersnede volgen, dan gaan wij als verpleegkundige mee naar de OK om er daar te zijn voor moeder, vader en kind. We werken dus met veel disciplines samen.’

Door wie wordt je als verpleegkundige vaak gebeld?

Leonie: ‘Patiënten kunnen altijd contact met ons opnemen voor overleg, soms om ze gerust te kunnen stellen of voor het beantwoorden van hun vragen. Ook de 1e lijns verloskundige kan ons altijd bereiken per telefoon voor overleg en wij kunnen hen dan ook snel doorverbinden met een verloskundige, arts of gynaecoloog. Steeds meer verloskundigen gaan in de avonduren spreekuur draaien, waardoor consultaanvragen ook verschuiven naar de avonden. Deze telefoontjes komen dan bij ons op de spoedlijn (zoals wij dat noemen) of de afdelingstelefoon. Patiënten komen dan in de triagekamer. Dat is een kamer die speciaal is ingericht om mensen snel te kunnen zien en wanneer ze ook weer naar huis kunnen of vanuit daar kunnen worden opgenomen.’

Wat zijn jouw taken bij een eerstelijns bevalling tijdens de weeën, het persen en daarna?

Leonie: ‘Als verpleegkundige kunnen we assisteren tijdens de bevalling, ondersteunen waar nodig de patiënt en/of verloskundige en lopen we met regelmaat even binnen om te kijken hoe het gaat of blijven op de kamer als daar behoefte aan is. Wij dragen altijd een pieper en een telefoon. Die pieper kan altijd gaan als iemand een (zorg)vraag heeft omdat we uiteraard meerdere patiënten hebben.’

Hoe ziet jouw samenwerking met de eerstelijns verloskundige er dan uit?

Leonie: ‘1e lijns verloskundigen assisteren wij tijdens hun werkzaamheden. Zij dragen ook over aan ons om zo op de hoogte te zijn van de te verlenen zorg.’

Wat zijn jouw taken bij een tweedelijns bevalling tijdens de weeën, het persen en daarna?

Leonie: ‘In principe doen wij bij een 2e lijns bevalling hetzelfde aan ondersteuning en begeleiding, alleen komen daar vaak wat meer verpleegkundige handelingen bij kijken. Denk daarbij aan bloedafname, CTG draaien, assisteren bij inbrengen van schedelelectrode (draadje op hoofd van de baby), infuus in brengen, et cetera.’

Hoeveel patiënten verzorg je gemiddeld per dienst?

Leonie: ‘Wij hebben de afdeling in 3 units opgedeeld en staan met 2 verpleegkundigen op 1 unit. Samen ben je verantwoordelijk voor de patiënten die op jouw unit liggen (ongeveer 7 kamers).’

Waarvoor zijn die patiënten opgenomen? En welke rol heb jij voor hen?

Leonie: Patiënten liggen bij ons bijvoorbeeld met te vroeg gebroken vliezen, bloedverlies tijdens de zwangerschap, een baby die niet voldoende groeit, voor een poliklinische bevalling, bevallingen met medische indicatie, inleidingen, hoge bloeddruk, premature (vroegtijdige) contracties (weeën) of hyperemesis (overmatige misselijkheid en overgeven). Wij doen controles, visites met artsen en verloskundigen en vragen zo nodig een kinderarts om hulp. Maar we hebben ook een coördinerende taak en voorlichting hoort daar ook bij.’

 

Welk speciale moment in jouw werk is je het meest bijgebleven?

Leonie: ‘Ja, dat is toch wel de allereerste bevalling waar ik mocht assisteren. En laat de betreffende verloskundige nou Ger Rossen zijn geweest, de moeder van Dieke!’

Zou je zelf nog iets willen zeggen over jouw werk? 

Leonie: ‘Ik heb een fantastisch beroep. Het is dankbaar werk, dienstbaar ook. En zeg nou zelf: iedere geboorte is toch weer een wondertje…’

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.