Bloedprikken tijdens zwangerschap

Belang van extra onderzoeken tijdens de zwangerschap

Tijdens de zwangerschap worden er naast de reguliere onderzoeken af en toe ook extra onderzoeken ingezet. Een van deze extra onderzoeken is het bloedprikken. Dit doen we minimaal twee keer tijdens de zwangerschap. De eerste keer is na de afspraak van de termijnecho en de intake, en daarover vertellen we in deze blog graag meer. We doen dit onderzoek onder andere om te bepalen of de moeder of de baby een verhoogd risico heeft om ziek te worden, zodat er ter bescherming eventueel een behandeling of extra onderzoek ingezet kan worden. We onderzoeken je bloed op de volgende punten:

  • Bloedgroepen ABO
  • Rhesus D
  • Rhesus c
  • Andere antistoffen tegen de rode bloedcellen
  • Hemoglobinegehalte / ijzergehalte
  • MCV / ijzervoorraad
  • Infectieziekten: Syfilis (Lues), Hepatitis B, en HIV
  • Niet-nuchtere glucosewaarde

Daarnaast worden er soms nog aanvullende dingen gecontroleerd, zoals:

  • Varicella / waterpokken
  • Parvovirus B19 / de vijfde ziekte
  • Schildklierfuncties (TSH en FT4)

Ook heeft een zwangere nog de keuze om de NIPT-test uit te laten voeren. Wat de NIPT-test precies is, staat uitgelegd in een van onze andere informatieve blogs.

Bloedgroep en Rhesus D en c

Voor ons is het belangrijk om te weten welke bloedgroep je hebt voor het geval je een nabloeding zou krijgen na de bevalling en een bloedtransfusie nodig hebt. De bloedgroepen die je kunt hebben zijn: A, B, AB, en O. Je bloedgroep is positief of negatief, dat wordt bepaald door Rhesus D. Tijdens de zwangerschap is er een kleine kans dat er rode bloedcellen van de baby in de bloedbaan van de moeder komen. Bij de geboorte is deze kans groter. Als het bloed van een Rhesus D-positieve baby in de bloedbaan van een Rhesus D-negatieve moeder komt, kan de moeder antistoffen aanmaken. Deze antistoffen gaan via de navelstreng naar het bloed van de baby. Deze antistoffen kunnen het bloed van de baby afbreken, waardoor de baby bloedarmoede kan krijgen. De kans dat een volgende baby bloedarmoede krijgt als we er niets mee doen, is nog groter omdat de antistoffen dan nog sneller zullen werken.

Als de moeder Rhesus D-negatief is, laten we haar bij 27 weken nog een keer bloedprikken om te bepalen of haar lichaam antistoffen heeft aangemaakt tegen Rhesus D. Daarnaast wordt er ook bepaald of de baby Rhesus D-positief of -negatief is. Is de baby Rhesus D-positief, dan krijgt de moeder tussen 30 en 32 weken zwangerschap en binnen 48 uur na de bevalling een injectie met Rhesus D-antistoffen. Deze injectie maakt de kans erg klein dat haar lichaam zelf antistoffen aanmaakt en dus dat er bloedarmoede bij de baby optreedt.

Daarnaast bestaat er ook nog Rhesus c. Moeders die Rhesus c-negatief zijn, kunnen heel soms antistoffen aanmaken tegen het bloed van de baby als deze Rhesus c-positief is. Daarom wordt ook bij zwangeren die Rhesus c-negatief zijn bij 27 weken nog een keer extra bloed geprikt. Als er Rhesus c-antistoffen aangetroffen worden, wordt er verder onderzoek gedaan.

Andere antistoffen

Heel soms heeft iemand antistoffen in het bloed zitten door een bloedtransfusie of door een eerdere zwangerschap. Deze antistoffen werken hetzelfde als bovenstaande. Als er antistoffen worden aangetroffen, dan wordt er vaak nog een keer bloed geprikt om te onderzoeken welke antistoffen het precies zijn. Per antistof wordt er bepaald of er extra onderzoeken of behandelingen nodig zijn tijdens de zwangerschap.

Hemoglobine-/ ijzergehalte en MCV/ ijzervoorraad

Door het ijzergehalte in het bloed te meten, komen we erachter of je bloedarmoede hebt. Als je bloedarmoede hebt, schrijven we je ijzermedicatie voor of verwijzen we je naar de huisarts voor een vervolgonderzoek. Het is belangrijk dat je ijzergehalte goed is om klachten te voorkomen en voldoende reserves te hebben tijdens je bevalling en kraamweek gezien het bloedverlies.

Infectieziekten

De ziektes die we testen zijn seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s). Om een besmetting met de baby te voorkomen, is het belangrijk om de ziekte zo vroeg mogelijk op te sporen. Elk van de drie SOA’s (Syfilis, Hepatitis B, en HIV) die getest worden, hebben een eigen behandeling ter bescherming van de baby.

Niet-nuchtere glucose

Als laatste bepalen we ook nog je niet-nuchtere glucose. Mocht deze afwijkend zijn, dan heb je een verhoogde kans op suikerziekte en moet er een vervolgonderzoek ingezet worden.

Benieuwd naar wat we voor jou kunnen betekenen?

9.6
445

Zorgkaart Nederland

Patientenfederatie Nederland